Ondanks de schaarste hoeft controle over storageplanning geen illusie te zijn

nieuws
published on 17-06-2026

Waar eind 2025 de eerste waarschuwingssignalen al zichtbaar waren, komt de realiteit in 2026 harder binnen dan verwacht. Technologie die vorig jaar 100.000 euro kostte, gaat nu zonder verpinken maal drie. RAM en diskgeheugen stijgen met een factor drie tot vijf. Cloud volgt dezelfde beweging, en dus staan organisaties voor moeilijke keuzes: uitstellen, afschalen of creatief zijn met hybride modellen. Al houdt één vendor goed stand: IBM klom in het eerste kwartaal naar 22% marktaandeel in enterprise storage.

In die storagemarkt wordt capaciteitsplanning structureel moeilijker: wie beslist op basis van zijn huidige noden, moet bijna een jaar wachten op een oplossing. Dat is paradoxaal, want capaciteitsnood zo ver vooruit te berekenen en inschatten is bijzonder moeilijk. Budget- en leveringscycli zijn volledig uit fase geraakt.

Tegelijk worden leveranciers zelf volatieler. Prijzen die vroeger voor twee à drie maanden vastlagen, gelden nog voor twee weken. RFP-trajecten eindigen soms in no-bids omdat niemand tariefgaranties kan geven: zelden meegemaakt. In uitzonderlijke gevallen worden bestellingen zelfs geannuleerd door de vendor zelf. Oók du jamais-vu. Wie niet proactief plant, verliest de greep op zijn eigen infrastructuurstrategie.

Hoewel AI de oorzaak is van de geheugencrisis, is het ook de motor achter een vernieuwde vraag naar lokale opslagcapaciteit. Steeds meer organisaties kiezen bewust voor on-premises AI in plaats van hyperscale cloudoplossingen — het bewustzijn rond datasouvereiniteit groeit met de dag. En AI-toepassingen vragen om vector-gebaseerde dataopslag, die aanzienlijk meer ruimte nodig heeft dan klassieke databases. Het legt extra druk op een markt die al onder spanning staat.

In dit klimaat worden de verschillen tussen leveranciers zichtbaarder en groter. Fabrikanten die hun disks zelf ontwikkelen en produceren, zoals IBM, kunnen bijvoorbeeld ransomwaredetectie hardwarematig automatiseren en zo performantie optimaliseren. Maar dat technologische voordeel alleen volstaat niet.

IBM combineert die verticale integratie met een proactieve inkoopstrategie: door vroeg geheugentechnologie in te kopen, konden ze hun prijzen van IBM Flashdisk tot begin mei 2026 stabiel houden, terwijl concurrenten al snel forse verhogingen doorvoerden. 

Ook nu de eerste prijsaanpassing is aangekondigd, blijft IBM met zijn storagetechnologie ver onder het marktniveau. Parallel vertaalt die strategie zich in beschikbaarheid: de levertermijnen van IBM zijn met twee à drie weken uitzonderlijk in het huidige landschap, en maken het verschil voor organisaties die onmogelijk maanden op voorhand kunnen inschatten wat hun capaciteitsnood zal zijn.

Op macroniveau lijken de tekorten wel aan te houden tot midden 2027. De prijzen dalen intussen niet, en uitgestelde investeringen stapelen zich op. Beslissingen uitstellen naar volgend jaar is een fausse bonne idée.

De vraag is of bedrijven blind moeten meegaan in het tariefopbod. Wat vaststaat, is dat op boardniveau een besef moet doordringen dat de klassieke, jaarlijkse IT-budgetstijging van 4 à 6% stilaan structureel ontoereikend wordt. Cybersecurity neemt een almaar groter stuk van het budget op, virtualisatie is stevig geïndexeerd, en verouderende infrastructuur vraagt ondertussen ook om vervanging. IT is geen operationele kostenpost meer, maar een strategische hefboom — én een strategisch risico. Verouderde systemen en disks die uitvallen zijn geen IT-problemen. Het zijn bedrijfsproblemen.

Na bijna veertig jaar in de IT-branche heb ik al veel meegemaakt, maar een marktdynamiek als deze niet. De spelregels veranderen per maand. Wie zijn infrastructuurstrategie op jaarbasis uitstippelt, hinkt achterop. Proactief handelen, korte beslissingscycli en partners met gegarandeerde beschikbaarheid en vaste afspraken zijn geen luxe meer. Ze zijn de enige weg om controle te houden in een markt die alle traditionele parameters heeft verlaten.

Frank Goossens

Executive Manager Infrastructure, Econocom